'Het verliezen van een vader en een kind.'

Bijgewerkt: 10 sep 2020

Mijn eerste gastschrijfster is Jemma van Gurchom. Ze verloor vlak achter elkaar haar jonge vader en haar dochtertje. Ze schrijft over rouw, troost, verdriet en vreugde. Dankjewel Jemma voor je moed om dit verhaal zo prachtig en openhartig te delen. Ik hoop dat jouw kwetsbare verhaal veel lezers Troost, Geluk,Hoop Inspiratie mag bieden... Troost&Geluk


Een verhaal over rouw en troost. Geschreven door: Jemma van Gurchom

Dit is een verhaal over rouw en troost. Rouw kan rauw zijn, maar is daarom ook heel puur. Mijn ervaring leert wanneer ik rouw volledig toelaat, ik in de kern uiteindelijk troost vind. Het is het soort troost dat me werkelijk geruststelt en me laat zien dat alles met elkaar verbonden is. Dat wil niet zeggen dat troost mijn verdriet ‘beter maakt’, maar meer dat ik tijdens het intense verdriet ook heelheid kan voelen. Rouw hebben we nodig om het verdriet en het gemis te kunnen ‘laten zijn’. Want het gemis blijft, maar rouw zorgt ervoor dat het een plek krijgt in het dagelijks leven. Een plek in onze harten waar we het altijd bij ons zullen dragen. De troost, die we diep in de kern van rouw zullen vinden, geeft kalmte, warmte en niet zelden prachtige inzichten.


Het rouwen begint.


Op 24 mei overleed mijn vader aan de gevolgen van longkanker. Hij was 60 jaar en stond midden in zijn leven. Zo moeilijk vond hij het dan ook, om los te moeten laten. En wat een diep respect voelde ik toen hij dat uiteindelijk toch zo mooi deed. Op zondagmorgen, in het licht van de binnenschijnende zon en omringd door zijn geliefden, gleed hij zachtjes weg.

Drie dagen na zijn overlijden kwam ik erachter dat ik zwanger was van ons derde kindje. Dat hadden we even niet zien aankomen, maar al snel overheerste de blijdschap; mijn vader had het leven doorgegeven! Onze vreugde was van korte duur. Bij elf weken zwangerschap bleek er een grote kans op een afwijking te zijn: downsyndroom. We wisten allebei dat we dit niet wilden. Niet voor ons kindje én niet voor ons, als gezin. Na vervolgonderzoek werd het downsyndroom bevestigd. We stonden voor de moeilijkste beslissing ooit: het daadwerkelijk afbreken van de zwangerschap.

Op 28 juli werd ons dochtertje Jimi, na een ingeleide bevalling, levenloos geboren. Waarschijnlijk overleed ze tijdens de weeën. Ze paste in de palm van mijn hand. Zo klein en teder, en tegelijk zo mooi en gaaf. Gevoelens van vreugde, trots en verdriet liepen in elkaar over. En dat doet het sinds die dag nog steeds; vreugde en verdriet liggen gek genoeg heel dicht bij elkaar. Ik mis haar iedere dag, maar weet dat zij nu een ander pad beloopt. Ik laat haar los, terwijl ik haar omarm in mijn moederhart.

Mijn troost: papa en Jimi op weg naar huis.


En toen droomde ik die prachtige droom. Een levendige droom van mijn pas overleden vader en mijn kort daarna doodgeboren dochtertje Jimi. Ik droomde van een gelukkige, lachende vader, in het wit gekleed. Zijn haar nog zwart en lang, zoals hij het in zijn jongere jaren droeg. Een rustig en blij gezicht, zonder de groeven van intens lijden en ziekzijn.


Hij stond in een uitgestrekt groen landschap van heuvels, bedekt met wuivend gras en hier en daar een bloem. Aan de horizon scheen een prachtig, zacht wit licht dat vanachter de heuvels uitwaaierde. Er kwam een jong meisje uit de verte aanrennen. Zij was ook in het wit gekleed. Ze rende op mijn vader af met uitgestrekte armen. Hij tilde haar op en knuffelde haar liefdevol. Daarop keken ze naar mij. Toen zag ik het pas, het kleine meisje was Jimi. Met glimlachende gezichten zwaaiden en handkusten ze mijn richting in.


Ik stond verderop in het wuivende gras en plukte hun kusjes uit de lucht. De tijd stond stil terwijl ik ze van een afstand gadesloeg. Ik wilde dit prachtige tafereel niet onderbreken en bleef daarom stokstijf staan. Maar ik wist dat het niet eeuwig kon duren. Mijn vader zette Jimi terug in het gras en stak zijn hand naar haar uit. Zij keek hem verwachtingsvol aan en pakte stevig zijn hand vast, met haar beide kleine handjes. Papa keek me aan en sprak met zijn zachte, donkere ogen dat het goed was zo, ik moest hen laten gaan. Tranen rolden over mijn wangen. Tegelijkertijd werd mijn hart vervuld van kalmte en blijdschap. Ik wist het. Ik wist dat ze naar huis gingen.

Ze keken nog eenmaal om en schonken me hun liefdevolle blikken voor de laatste keer, om daarop hun pad richting het witte licht te vervolgen. Het licht werd groter, hun silhouetten vervaagden. Ik bleef turen naar de horizon, totdat ze twee kleine streepjes waren en de lucht compleet was vervuld van dat prachtige witte licht dat nu ook schakeringen van zachtroze en gouden glinsteringen leek te hebben. Een prachtige sterrengordel in het universum.

Toen werd ik wakker. Ik was in tranen, maar voelde nog steeds de kalmte en blijdschap in mijn hart. Verdriet. Liefde. Gemis. Verbondenheid. Ik voelde het allemaal tegelijk. Maar bovenal was en ben ik dankbaar, dankbaar voor deze droom, die voor altijd in mijn geheugen staat gegrift. De droom van mijn lieve papa en lieve Jimi, op weg naar huis…

Geschreven door: Jemma van Gurchom


376 keer bekeken13 reacties